Te koop: ouderlijk huis


Gepubliceerd in De Standaard - 15 oktober 2025

Het is herfst en het ouderlijk huis van mijn geliefde wordt verkocht. Bomen kleuren donkerrood en we wandelen stil door alle kamers. Ergens is het ook een beetje afscheid van wat is geweest. Wie ik was toen ik daar voor het eerst binnenkwam en wie ik ben, nu het verkoopbord voor het raam hangt.

We zijn bang dat het huis straks zal worden opgedeeld, dat de schouwen eruit worden gehaald. Sommige dingen komen nooit meer terug. Architecten maken geen gietijzeren kapstokjes meer voor inkomhallen. De tijd van bakelieten schakelaars is voorbij. De meeste mensen houden van beige. Ik kan voorspellen wat tv-programma’s met dit huis zouden doen: weg houten voordeur, weg afgesleten parket, welkom zwarte ramen, welkom zwarte kranen.

Samen met de trap, de hal, de keuken, de living, de badkamer en de slaapkamers, worden ook de muren verkocht. Muren met streepjes waarop staat hoe snel iedereen groeide. Een garagepoort met een bedieningspaneeltje en een code. Afgesleten cijfertoetsen waar de afdrukken van onze vingers nog in staan. Een tuin met een begraven gerbil, een frambozenstruik en een druivelaar. Een zolderkamer met uitzicht op de kerktoren, vanwaaruit je de hele stad kan zien, en de wolken van de fabriek. “Dit was het huis van zoveel eerste dingen”, zegt mijn schoonzus. Eerste dingen zijn bijzonder, omdat iets maar één keer eerst kan zijn.

We willen nog foto’s maken van het huis, maar het is te laat. De boodschappenlijstjes, de magneten op de koelkast en de communiefoto’s zijn al weg. Bezoekers zien liever geen sporen van kinderen en dieren in huizen. Ze moeten zich hun eigen leven kunnen inbeelden, en willen de silhouetten van de vorige bewoners zo snel mogelijk overschrijven.

“We hebben toch goede foto’s?”, zegt mijn schoonbroer, en hij wijst naar de foto’s op Immoweb. Maar die foto’s zijn niet wat ik bedoel. Die foto’s zijn met een groothoeklens gemaakt, het contrast is opgedreven, en er staan bloemen op tafel die er anders nooit staan. De foto’s zijn zoals die op een datingapp: enkel de beste hoeken halen de selectie. Schaduwkanten worden niet getoond.

Het is niet het huis dat ik wil fotograferen, maar de momenten in het huis. En die zijn voorbij. Marcel Proust geloofde dat meubels zielen hebben, dat zelfs stenen bezield kunnen zijn, net zoals spullen. In objecten liggen herinneringen opgeslagen.  Ik herken soms persoonlijkheden in auto’s of in gevels. In kapstokken en eierdopjes. Ik wil foto’s van de vensterbank, de deurklink en de gebroken tegel in de keuken.

Te koop: huis waar veel gelachen is (en soms geweend)

’s Nachts kijk ik op Immoweb hoeveel mensen op het huis hebben geklikt. Wie ziet zichzelf hier wonen? En wat zien die mensen dan in hun hoofd? Ik probeer naar de foto’s te kijken alsof ik het huis niet ken. Maar dat kan niet. Hier aten we spaghetti. Hier leerde ik zijn ouders kennen. Hier struikelde ik van de trap. Hier sliepen we samen en legden we twee matrassen op de grond. Er zit ook schoonheid in het einde van de dingen. Jammer dat we dat pas zien als het bijna voorbij is. Ik denk aan alle herfstavonden die ik in het huis heb doorgebracht. Aan wie ik vroeger was. Straks is het zo ver. Straks zijn er weer mandarijnen in kratten. Straks is het huis weg.