Winterslaap
Gepubliceerd in De Standaard - 10 december 2025
We gaan naar de kortste dag van het jaar en ik wil een egelhuisje bouwen en verdwijnen. Egels slapen in bladeren tussen november en maart. Hun hartjes kloppen rustig. Ik lees in Eos dat een winterslaap de overlevingskans vergroot en dat winterslapers langer leven. Alle tijd die egels in hun leven slapend doorbrengen, krijgen ze er in levensjaren weer bij.
We gaan naar de kortste dag van het jaar en ik wil een egelhuisje bouwen en verdwijnen.
Ik doe ’s avonds alsof ik in winterslaap ga. Ik bak frieten in een oude friteuse en eet warme veenbesjes en witloof. Daarna kijk ik naar een trage documentaire over het oude Egypte. Dan voel ik me terug in de living bij mijn grootmoeder. Als de Duitse egyptologen dan traag en rustig beginnen te praten over Toetanchamon en de Nijldelta en het slib en de Steen van Rosetta, dan vallen mijn ogen zachtjes dicht en doe ik alsof ik een kind ben tijdens de kerstvakantie. Liggend op de zetel fantaseer ik dat ik in een piramide lig, diep en donker, en dat ik daar slaap tot ik uitgerust ben. Niemand kan mij vinden voor duizenden jaren. En straks word ik wakker met een nieuwe huid en ga ik dansen in de zon. Ik sla Kerstmis, Nieuwjaar en Driekoningen over. Ik knip januari en februari uit de kalender. Ik elimineer alle koude slagregen en alle donkere ochtenden die nog moeten komen. Ik spring naar de late lente.
Er zijn drie manieren om de winter door te komen: negeren, wegvluchten en accepteren. Het grootste deel van de mensen zit in die eerste categorie en doet alsof het nog steeds september is. Ze werken zich op hun laptops te pletter van ’s ochtends tot ’s avonds. Een ander deel van de mensen vliegt gewoon weg. Letterlijk. Ze hebben een vitamine D-kuur achter de rug en staan te wachten om naar Thailand, Griekenland of Madeira te vertrekken. Tot slot zijn er nog de mensen die het seizoen hebben omarmd. Zij begrijpen de kunst van de winter. Dat zijn vaak mensen met hele goede platencollecties, pelletkachels en kruidenrekjes.
Als niemand mij ziet, neig ik naar winterslaap. Ik val in slaap bij documentaires uit de jaren 80. Ik sleep boeken, kaarsen, thee en nic-nacjes naar mijn nest en doe alsof ik een mummie ben. Ik ben verkleed als een actieve burger, maar vanbinnen ben ik een baby-egel. Ik doe mijn best om me daar niet slecht over te voelen. Ook beren slapen ononderbroken.
Waarom gaan we niet allemaal in winterslaap? Wat zouden jullie zeggen als ik vanavond de stroom onderbreek en alle lichten doof? Weg lantaarnpalen, weg reclameschermen, weg voetbaluitzendingen, weg kerstslingers. Welkom donkerte. We kruipen dicht bij elkaar en er wordt niet meer vergaderd, genetwerkt of gesquasht. We gaan een beetje in het maanlicht wandelen. We schudden onze kussens op en denken na over wat we dit jaar allemaal hebben gedaan. We gaan dromen over piramides en hiërogliefen en zonneboten en alle tijd die nog voor ons ligt.